Beeldend denker

July 21, 2026

De cover van mijn masterthesis.

Ik schreef mijn masterthesis over perceptie. Een belangrijk onderdeel daarvan was de zoektocht naar de titel voor de bijhorende tekening. Het witte bordje naast elk kunstwerk is eigenlijk een groot deel van het werk. Het is als een soort mini-handleiding om het werk beter te begrijpen. Als je weet wie het gemaakt heeft, waarover het gaat of met welke materialen het gemaakt is, ga je het werk heel anders ervaren. Als de titel letterlijk beschrijft wat er staat, ga je niet dieper graven naar een onderliggende boodschap. Dat label stuurt je blik onvermijdelijk, net zoals bij de aankoop van een pak rijst. En gelijkaardige labels hangen we ook aan mensen:

Vincent, wat doe jij nu eigenlijk?” — Mensen

Met die vraag worstel ik tot op de dag van vandaag nog steeds. Tijdens mijn zoektocht naar de juiste terminologie om te duiden wie ik ben en wat ik doe, draaide ik rondjes. Mijn tekentalent staat aan de basis, maar mijn creativiteit en verbeeldingskracht gaan veel verder dan enkel tekenen. Leg maar eens uit dat je even graag met verf en penseel werkt als dat je letters en pixels verschuift met de pijltjestoets. Ik positioneer me op dit moment als illustrator en designer, maar ik maak naast digitaal ontwerp en tekeningen ook muurschilderingen, dus ben ik ook muralist.

“However you frame yourself as an artist, the frame is too small.” — Rick Rubin

Ik leerde van jongs af dat veelzijdigheid een probleem bleek te zijn. Bij de toelatingsproeven voor zowel illustratie als schilderkunst (ik kon toen al niet kiezen), werd een eigen stijl verwacht. Ik wou net alles gaan proberen: Landschappen, stillevens, portretten, hersenspinsels. Maar de boodschap na mijn eerste evaluatie was duidelijk: ga op zoek naar je eigen stijl en zorg voor herkenbaarheid. Klanten, galerijen, algoritmes en mensen in het algemeen eisen duidelijkheid, eendracht en uniformiteit. Het doel is een duidelijke, overkoepelende term om je makkelijker in het juiste vakje te schuiven. Mijn zoon gaf me het mooiste label van allemaal:

“Mijn papa is kunstenaar.” — Oskar Noël

Voor mij is het een beladen woord, er hangt zoveel stigma aan. Kunstenaars hebben een bepaalde plaats in de maatschappij. Ik kreeg er een romantisch beeld van ingelepeld en plaatste het op een voetstuk. Het was iets ongrijpbaars, hoger dan mezelf. Het legt druk op grootsheid, genialiteit en tegelijkertijd schept het een beeld van de arme getormenteerde ziel die pas geld opbrengt na zijn dood. Het voelt als een label dat je moet verdienen. Een gouden vergelijking die ik ooit las: een designer lost problemen op van anderen en een kunstenaar creëert zijn eigen problemen.

Met zelf problemen creëren heb ik in elk geval geen moeite. Na mijn burn-out ging ik op zoek naar wat er mis was met mij, naar de labels die me zouden kunnen helpen. Ik zocht de zondebok in mij, de oorzaak van mijn ‘zwaar leven’. Toen ik me herkende in bepaalde symptomen zoals perfectionisme en hoogsensitiviteit ging ik op onderzoek en mijn leven viel als een puzzel in elkaar. Het belangrijkste label uit die zoektocht was dat van AuDHD: autisme & ADHD of structuur en chaos in één. Het verklaarde de dromer in de klas, de eindeloze vergeetachtigheid en de aaneenschakeling dopaminehits van wereldreizen tot mezelf letterlijk jaren verliezen in videogames.

Na de zelfdiagnose begon ik het te herkennen in mijn omgeving. Bij mijn familie, bij dichte vrienden, maar bovenal in de creatieve sector. Ik plantte zaadjes, of eerder - ik begon te labelen. Het heeft mij zo geholpen dat ik nu een soort handleiding had gevonden om uit te delen. Maar niet iedereen zit te wachten om een stempel op zijn voorhoofd te krijgen. Zo kwam een goede vriend terug op mijn woorden en zei:

 ‘Ik wil door niemand gelabeld worden.’ — Stan Slabbinck

Eerst voelde ik weerstand tegen wat Stan zei. Voor mij was het net zo’n bevrijdend idee. Maar toen begreep ik dat een label net zozeer een kooi kan zijn die je beperkt of waarachter je je gaat verstoppen. Stan kweekt en verzorgt inheemse bonsai, en leerde me die avond belangrijke lessen over hoe je ze het beste snoeit. De inherente labels van een boom zijn: soort, leeftijd, standplaats, bladvorm en winterhardheid. Dit zijn belangrijke eigenschappen waar de boom geen controle over heeft. Maar die afgebroken tak van de storm van 2026 en een mooi getorste stam zijn unieke kenmerken en bepalen zijn identiteit. Een boom zal groeien, ook zonder labels. Maar hoe weten we dan wat die boom nodig heeft? Heeft die graag zon? Liever veel of weinig water? Snoei je die best kort en zo ja, in welk seizoen? Dan komen labels goed van pas.

Hoe de vraag begon, met ‘wat is er mis met mij’ eindigt nu in ‘wat heb ik nodig’. Ik besefte dat mijn labels ook versterkend en positief kunnen zijn. Mijn brein is gewoon anders geworteld. Zo leerde ik dat we eigenlijk het beste nieuwe gewoontes aanleren als we ons ermee kunnen identificeren. Ik ging van ‘ik ben niet sportief’ naar ‘ik loop af en toe’ naar ‘ik bén een loper’. Ik creëer vaak chaos, maar ik bén niet chaotisch. Ik heb ADHD, maar ik bén het niet. Ik ging op zoek naar hoe ik precies die hyperfocus moet ‘activeren’ en waarom ik al zo lang in sluimerstand stond. Wat overprikkelt mij? ADHD heeft een enorm stigma, en vandaar ook de weerstand van mijn vriend.

“Maybe the bravest form of identity is learning to exist without asking language for permission.” — Ukiyo

Ik zocht de noemer van mijn ondernemerschap te veel in mijn vak, in de ambacht. Vorig jaar omarmde ik voor het eerst na bijna 6 jaar ondernemen het label ondernemer. Ik ben veel meer dan enkel een maker. En dat label zegt veel meer wie ik ben dan wat ik doe. Mijn kracht zit niet in het tekenen of het uitwerken. Mijn kracht zit in het sprokkelen, ideeën verzamelen, concepten bedenken. Ik ben een ideetank zonder remmen. Een ‘experimentalist’ zoals Rick Rubin het beschrijft in The Creative Act, in tegenstelling tot een ‘finalizer’. Ik zie patronen waar anderen die niet zien en leg verbanden als een sneltrein. Ik zie letterlijk in mijn hoofd wat ik ga tekenen; woorden versmelten in beelden voor ik ze visualiseer. Zoals deze brief. Ik zag hem voor me nog voor ik begon te schrijven.

Vroeger walgde ik van de zin ‘zelfkennis is het begin van alle wijsheid’. Het voelde ook zo vaag. Wat is zelfkennis? Vakjesdenken, dat is het. Maar nu begrijp ik dat als ik weet hoeveel water ik nodig heb en wanneer ik het best even in de zon ga staan - dat ik dat ook aan mijn omgeving kan aangeven wanneer ik water nodig heb. Als ik te lang hetzelfde doe, droog ik uit. Als er iets op mijn pad komt dat ik nog nooit gedaan heb kom ik in bloei. Hoe meer ik besef welke labels er wel en niet bij mij passen, hoe dieper mijn wortels schieten. Ik heb de bomen om mij heen gesnoeid die mijn licht wegnamen. Ik ben een multipotentialist met mijn veelzijdigheid als grootste troef. Ik ben beeldend denker. Ik ben eindelijk de kunstenaar die ik altijd al wilde zijn. Niet omdat mijn zoontje mij die titel heeft gegeven maar omdat ik het label (eindelijk) toelaat.

“Jij bent nooit te veel, integendeel.” — Romi Vandeweghe

Elk label is een kans, een potentieel om de wereld te tonen wie je bent en hoe die je beter kan begrijpen. Maar geen label is groot genoeg om te blijven, of om te omvatten wie je bent en wat je kan. Dus laat niemand jou vertellen welk label bij jou past, alleen jij kan dat.

Liefs,

Vincent

Lees verder

Lees alles

Nu jij nog

Over diep vertrouwen: hoe kunnen we onszelf of ons werk ooit verkopen als we er zelf niet in geloven of wachten op goedkeuring buiten onszelf?

AI'm not brave

Het witte canvas confronteert me al mijn hele leven met wie ik zou kunnen worden. Over buikgevoel, en de invloed van AI op de creatieve sector, hoe het een spiegel is voor onze onzekerheden.

Opgroeien met een creatief brein

Vorige week kreeg ik de zin te horen: zo leuk dat je van je hobby je werk hebt kunnen maken. Is dat niet een kleinerend iets, om er vanuit te gaan dat iets een uit-de-hand-gelopen-hobby is?